Nieuwsbrief maart 2025

Biest, zoveel meer dan alleen antilichamen

De overgang van baarmoeder naar de echte wereld is een hele stap voor het lam. Ineens moet het zelf voor zowel de temperatuurregulatie, voedselvoorziening als afweer zorgen. Om dit proces te ondersteunen heeft het lam biest nodig. Waar voorheen de focus vooral op antilichamen lag wordt het totale belang van biest steeds duidelijker. Antilichamen alleen zijn namelijk onvoldoende om de bescherming op orde te krijgen, laat staan dat zij kunnen ondersteunen in de temperatuur regulatie of van waarde zijn in de voedselvoorziening.

In de eerste uren is de temperatuur regulatie het allerbelangrijkst hiervoor is met name vet van belang als duurzame energie en daarmee warmtebron. Daarnaast helpen vetten om antilichamen op te nemen en zitten er vitamines in die de bloedstolling en afweer ondersteunen. In veel verpoederde biest is de vetcomponent niet meer aanwezig, wat met de huidige inzichten onwenselijk is.

Andere onderbelichte componenten zijn de groeifactoren die vooral een essentiƫle rol spelen in de ontwikkeling verschillende orgaansystemen. Wanneer deze groeifactoren niet binnen zes uur zijn opgenomen is er levenslang een verschil in de ontwikkeling van het maagdarmstelsel, het uier of zelfs de vruchtbaarheid aantoonbaar. Voldoende snel complete biest verstrekken is dus essentieel.

Met een eenmalige biestgift is de benutting van alle ondersteunende mogelijkheden van de biest beperkt. Daarbij zijn er ook grenzen aan de hoeveelheid die een lam ineens kan verwerken, bij met name een te grote gesondeerde portie is bij pathologisch onderzoek veelal schade aan de pens en lebmaag zichtbaar. Het verstrekken van of aanvullen met biest gedurende de eerste dagen is het beste alternatief. Zo geeft u niet alleen de weerstand van het lam maar ook de hele ontwikkeling een enorme boost. Laten we dan ook van het credo veel, vlug en vaak aanvullen met veelvuldig, vlug en vet.

Wateronderzoek

Water is de basis voor een gezond en productief geitenkoppel. Het belang van voldoende en schoon drinkwater wordt nog vaak onderschat, maar het heeft directe invloed op de geit en de productie. Geitenmelk bestaat namelijk voor zo’n 87 procent uit water. De basisbehoefte van een geit is circa 9 liter per dag. Echter, hoe hoger de productie, des te hoger de waterbehoefte.

Maar is dit drinkwater dan wel van een goede kwaliteit? Dit kan in het lab via een klein aantal relatief eenvoudige testen onderzocht worden. Het onderzoek bestaat uit drie onderdelen:

  • Bacteriologisch:
    Er wordt gekeken naar het algemene kiemgetal en of er mest- verontreiniging plaats vindt. Naast de kiemgetallen kijken we of er via een kweekmethode salmonella in het drinkwater zit.
  • pH:
    De zuurgraad van het drinkwater wordt met een pH-meter gemeten.
  • Schimmels/gisten:
    Middels een eenvoudige diptest wordt er gekeken in welke mate er schimmels en gisten voorkomen in het watermonster.

Voor extra informatie bel : +31 (0) 495 461236 of neem  contact op via mail